UN Women nationaal comité Nederland


Het mandaat van UN Women

UN Women heeft een bijzondere positie onder vrouwenrechtenorganisaties. Het heeft een drievoudig mandaat; ten eerste op diplomatiek niveau zorgen dat landen hun wetgeving en beleid rond vrouwenrechten en gendergelijkheid verbeteren, ten tweede op praktisch niveau zorgen dat de levens van vrouwen verbeteren, en ten derde zorgen dat ook alle andere VN organisaties zoals UNDP, UNHCR en Unicef de positie van vrouwen en meisjes centraal stellen in hun werk.

  1. Diplomatieke druk op regeringen

UN Women is niet zomaar een maatschappelijke organisatie. Het is een VN agentschap, waardoor UN Women een unieke toegang heeft tot regeringen en beleidsmakers. De VN is in 1945 opgericht door landen, er zijn nu meer dan 195 landen lid. Met hun VN lidmaatschap hebben deze landen zich gecommiteerd om onderlinge ruzies zo veel mogelijk diplomatiek uit te vechten, en om mensenrechten te beschermen. UN Women legt druk op landen om hun wetgeving en beleid te verbeteren vanaf twee kanten. Vanuit New York, waar alle landen in VN verband vergaderen, en in landen zelf, waar de UN Women field offices een diplomatieke status hebben en daarmee toegang tot beleidsmakers. Dit heeft er in het afgelopen jaar bijvoorbeeld voor gezorgd dat kindhuwelijken in een aantal Afrikaanse landen zijn verboden, en dat Egypte nu statenloze vluchtelingenvrouwen van paspoorten voorziet.

  1. Werkelijke verbetering van vrouwenlevens

In negentig landen voert UN Women daarnaast projecten uit om ervoor te zorgen dat de levens van vrouwen ook daadwerkelijk verbeteren. Door vrouwelijk leiderschap te stimuleren en te zorgen dat vrouwen betere toegang tot hun rechten hebben. Door vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren, armoede onder vrouwen te bestrijden en boerinnen te ondersteunen. Door geweld tegen vrouwen te bestrijden, zorg voor slachtoffers te organiseren en de veiligheid van vrouwen op straat te bevorderen. En door de positie van vrouwen in crisissituaties te verbeteren, zodat zij niet langer de eersten zijn die slachtoffer worden van oorlogsgeweld, natuurrampen en humanitaire crises. UN Women werkt daarbij nauw samen met lokale maatschappelijke organisaties, en ondersteunt deze organisaties waar mogelijk inhoudelijk en financieel met twee fondsen. Het Fund voor Gender Equality steunt organisaties die werken aan vrouwelijk leiderschap en economische zelfstandigheid voor vrouwen. Het Fund to End Violence against Women steunt organisaties die geweld tegen vrouwen en meisjes voorkomen en bestrijden.

  1. De positie van vrouwen en meisjes centraal in de VN

Vrouwen vormen de helft van de wereldbevolking. Vrouwenrechten en gendergelijkheid zijn daarom relevant voor het werk van alle VN organisaties. Sterker nog, vrouwen en meisjes moeten daarin centraal staan omdat zij op praktisch alle vlakken tot de meest kwetsbare wereldburgers behoren en de hulp van de VN het hardste nodig hebben. UN Women werkt samen met de andere organisaties om daarvoor te zorgen. Zo wordt er bijvoorbeeld samengewerkt met Unicef om kindhuwelijken te stoppen, en wordt samengewerkt met UNHCR om de opvang van vrouwelijke vluchtelingen te verbeteren. Ook wordt het kabinet van de Secretaris Generaal van de VN ingeschakeld. De wereldwijde campagne UNiTE om geweld tegen vrouwen en meisjes te bestrijden wordt door de Secretaris Generaal getrokken, met steun van UN Women.

De wettelijke basis voor het werk van UN Women

In 1979 werd het VN Vrouwenrechtenverdrag vastgesteld, de Convention to End Discrimination Against Women (CEDAW).  De landen die dit verdrag hebben ondertekend hebben zich verbonden om discriminatie tegen vrouwen te voorkomen en bestrijden, door hun wetgeving en beleid aan te passen en goed uit te voeren. UN Women wijst regeringen op deze belofte en helpt hen met de uitvoering van het verdrag.

Bijna twintig jaar later, in 1995, werd een wereldwijde VN Vrouwenconferentie gehouden in Beijing, China. Daar werd een vergaande verklaring aangenomen door de aanwezige landen, het Beijing Platform for Action (BPfA). Deze verklaring bevat een breed scala aan actiepunten waaraan de VN en alle lidstaten moeten werken om gendergelijkheid te bereiken en vrouwenrechten effectief te beschermen. Sindsdien is dit het kompas waar niet alleen UN Women maar ook honderdduizenden andere vrouwenorganisaties wereldwijd op varen. Dat is en blijft nodig omdat nu, weer twintig jaar later, de Beijing verklaring nog altijd niet volledig is uitgevoerd. Sommige landen zijn daar verder mee dan andere, maar er is geen land ter wereld waar vrouwenrechten volledig worden gerespecteerd en waar gendergelijkheid een feit is.

Vrouwenrechten in Nederland

Vrouwenrechten worden ook in Nederland niet altijd gerespecteerd, en ook gendergelijkheid is nog lang niet bereikt. Het  VN Vrouwenrechtenverdrag trad hier pas in 1994 in werking. Eens in de vier jaar wordt gekeken in hoeverre Nederland voldoet aan het verdrag. Dat gebeurt ook wat betreft de uitvoering van het Beijing Platform for Action.

In de meest recente rapportages komen een aantal belangrijke punten van kritiek op Nederland naar voren. Bijvoorbeeld het feit dat de decentralisatie van thuiszorg ervoor heeft gezorgd dat niet alleen tienduizenden alfahulpen werden ontslagen, maar vrouwen ook het leeuwendeel van deze zorg over hebben moeten nemen als onbetaalde mantelzorgers. Een beleidswijziging die duidelijk vrouwen vele malen harder treft dan mannen. Dit draagt ook bij aan meer armoede onder vrouwen, terwijl alleenstaande vrouwen sowieso al het hoogste risico op armoede hadden. Het percentage vrouwen in Nederland dat economisch zelfstandig is blijft bedroevend laag; 52%, en de loonkloof tussen mannen en vrouwen is erger dan het Europees gemiddelde; 17%. Aan de top is ook nog duidelijk merkbaar dat gendergelijkheid in Nederland nog geen feit is: slechts 15% van de hoogleraren zijn vrouw, en slechts 10% van de bedrijfstop bestaat uit vrouwen. Nederland scoort daarmee in de onderste regionen van 45 onderzochte landen.

Naast het Vrouwenrechtenverdrag en de Beijing verklaring moet Nederland ook werken aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals of SDGs). In 2015 stelden de lidstaten van de VN, waaronder Nederland, zichzelf zestien doelen om te bereiken voor 2030. Doel 5 gaat over vrouwenrechten en gendergelijkheid. De doelen zijn niet alleen relevant voor ontwikkelingslanden, maar ook voor rijkere landen. Nederland moet aan de slag om op alle niveaus, van lokaal tot nationaal, deze doelen te bereiken.

Verbinding UN women Nederland en UN Women internationaal

Het hoofdkantoor van UN Women is in New York, vlakbij het VN gebouw. Van daaruit worden campagnes, projecten en lobby gecoördineerd. In zestig landen heeft UN Women een field office, met diplomatieke status, van waaruit de projecten en lobby worden uitgevoerd. En in nog eens dertig landen is weliswaar geen field office, maar worden wel projecten uitgevoerd. Daarnaast bestaan er veertien Nationale Comités. UN women Nederland wordt één van deze comités, de vijftiende. De andere comités zijn o.a. in Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Zweden, Finland, IJsland, Australië, Japan en de VS.    

Het Nationaal Comité heeft drie doelen:

  • Aandacht vragen voor vrouwenrechten in Nederland en elders in de wereld
  • Fondsen werven voor het werk van UN Women
  • Vrouwen én mannen mobiliseren voor een gendergelijke wereld

De fondsen die UN Women werft worden vooral ingezet in landen waar de overheid niet in staat is om de kosten van projecten voor vrouwenrechten en gendergelijkheid te dragen, of waar de overheid daar niet toe bereid is. Dan springt UN Women in dat gat. De expertise van UN Women wordt overal ingezet. Zowel in rijkere als in armere landen kunnen overheden, bedrijven en hulpverleners een beroep doen op de schat aan kennis die door UN Women continu wordt opgebouwd, bijvoorbeeld rond methoden om geweld tegen vrouwen aan te pakken, rond initiatieven om economische zelfstandigheid van vrouwen te bevorderen en meer vrouwen in de bedrijfstop te krijgen, rond het bevorderen van vrouwen in politiek leiderschap. Op vele terreinen heeft UN Women experts in New York, en bouwt UN Women databases op met good practices en ervaringen uit meer dan honderd landen. De fondsen die het NC in Nederland werft worden dus ingezet in de landen waar dat het meest nodig is, terwijl de expertise overal wordt ingezet, inclusief in het Koninkrijk der Nederlanden.  

Het gehele koninkrijk der Nederlanden 

De eilanden Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn net als Nederland zelfstandige landen in het Koninkrijk der Nederlanden. Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn onderdeel van Nederland. De eilanden zijn ‘bijzondere gemeenten’ van Nederland en worden Caribisch Nederland genoemd. De Nederlandse overheid is samen met de eilandoverheden verantwoordelijk voor de vrouwenrechtensituatie.  UN Women Nederland treedt op voor het gehele koninkrijk  waar dat mogelijk en wenselijk is.